Nieuws

Verhuizen met kinderen, niet zonder overleg!

Recentelijk heb ik meerdere zaken gevoerd over het verhuizen met kinderen. De casus is steeds hetzelfde, namelijk dat één van de ouders wil verhuizen met de kinderen, terwijl de andere ouder dat niet wenst. De rechter komt er aan te pas omdat de ouders gezamenlijk gezag hebben over de kinderen, maar geen overeenstemming kunnen bereiken. De rechter kan in een procedure vervangende toestemming tot verhuizing verlenen.

Vaak proberen ouders al voorlopige toestemming te krijgen via een snelle procedure, zijnde een kort geding. Daarna wordt dan soms de bodemprocedure nog gevoerd, omdat een kort geding slechts een tijdelijke oplossing brengt. De rechter verzoekt vaak de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek te doen en advies te geven. Dit kan dan in de bodemprocedure worden meegenomen.

Het zijn emotionele zittingen met een ouder die graag zijn of haar leven elders wenst op te bouwen, terwijl de andere ouder vreest zijn of haar kinderen veel minder vaak te zien. De rechters zullen in iedere zaak een afweging maken waarbij specifieke aspecten van de zaak de doorslag kunnen geven.

Er zijn op grond van de jurisprudentie enkele factoren die een rechter zal meewegen. Deze noem ik kort hieronder.

  • Het recht en belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten (bijvoorbeeld nieuwe relatie en de duur van die relatie);
  • De noodzaak om te verhuizen (bijvoorbeeld nieuw werk);
  • De mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid. Verhuizen zonder enige voorbereiding zal mogelijk door de rechter worden teruggedraaid;
  • De door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • De mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • De rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
  • De verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • De frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • De leeftijd van het kind, zijn mening en de mate waarin het geworteld is in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;
  • Tevens kan van belang zijn of de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing geheel of deels worden  gecompenseerd door de verhuizende ouder.

Kortom, de jurisprudentie heeft in een korte periode een aantal maatstaven vastgesteld, maar het blijft afhankelijk van de specifieke feiten van iedere zaak welke factor de doorslag geeft.

De belangen van de kinderen dienen centraal te staan. Begin niet te snel met het pakken van de verhuisdozen en het opzeggen van de huur, maar start eerst het overleg met de andere ouder. Komt u er niet uit, maak dan eerst een afspraak met een advocaat voordat u de verhuizer belt!

Zie ook: Verhuizen met kinderen na scheiding, Machteld Vonk

Martijn Kalle

 

« Ga naar archief