Nieuws

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Wanneer mag ik naar huis, er gaat toch nog wel iets van mijn straf af?” is een vraag die ik van de meeste gedetineerde cliënten gesteld krijg nadat de rechtbank vonnis heeft gewezen.

In Nederland, maar ook in veel andere landen, is het gebruikelijk dat lange gevangenisstraffen niet volledig achter de tralies moeten worden uitgezeten.

Tot 2008 werden gedetineerden, nadat zij twee derde van de straf hadden uitgezeten, in vrijheid gesteld. Dit was een recht van de veroordeelde. Dit recht werd alleen onthouden aan veroordeelden die zich tijdens de detentie zeer ernstig hadden misdragen of die een ontsnappingspoging hadden gedaan.

Vanuit de samenleving bestond veel kritiek op deze praktijk. Een van de grootste kritiekpunten was dat de eenmaal toegekende vervroegde invrijheidstelling niet kon worden herroepen. Ook niet als een ex-gedetineerde opnieuw een strafbaar feit pleegde. Een ander kritiekpunt was dat aan de vervroegde invrijheidstelling geen voorwaarden verbonden konden worden.

Dit was voor de politiek reden om de wet te herzien. Vanaf 1 juli 2008 is er een nieuwe regeling opgenomen in artikel 15 Wetboek van Strafrecht. Veroordelen hebben nog steeds een recht om vervroegd in vrijheid te worden gesteld, echter zij moeten gedurende een proefperiode aan bepaalde voorwaarden voldoen. De veroordeelde kan niet in beroep tegen de vaststelling van de voorwaarden.

De algemene voorwaarde is dat de veroordeelde geen strafbare feiten mag plegen in de periode van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Deze periode wordt de proeftijd genoemd. De proeftijd is in principe zo lang als het strafrestant, maar duurt minstens een jaar. Pleegt de veroordeelde in die periode opnieuw een strafbaar feit, dan moet hij het restant van de straf alsnog uit zitten.

Er kunnen echter ook bijzondere voorwaarden worden gesteld. Voorwaarden die afgestemd zijn op de persoon, het soort delict en het recidive-risico. Zo is het mogelijk om vrijheidsbeperkende voorwaarden op te leggen, bijvoorbeeld een locatieverbod, alcoholverbod of meldingsgebod bij de reclassering. Ook kunnen gedragsbeïnvloedende voorwaarden worden gesteld: volgen van een opleiding of een behandeling en het accepteren van hulpverlening.

De voorwaardelijke invrijheidstelling geldt alleen bij gevangenisstraffen van meer dan een jaar. Bij een straf van meer dan twee jaar is de strafvermindering een derde van de totale duur. Bij straffen tussen de een en twee jaar is de strafvermindering twee derde van de duur boven een jaar.

De regeling is niet van toepassing bij minderjarigen en evenmin indien de rechter een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf heeft opgelegd.

De voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden uitgesteld of achterwege blijven indien door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor ernstige misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt. De invrijheidstelling kan daarnaast worden herroepen indien de voorwaarden niet worden nageleefd. De rechter beslist op vordering van de officier van justitie over het uitstellen, achterwege blijven of herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Door het voorwaardelijk maken van de invrijheidstelling draagt de veroordeelde verantwoordelijkheid voor zijn eigen toekomst.

Als u nog vragen heeft over de voorwaardelijke invrijheidstelling of juridische bijstand wenst in uw procedure, kunt u contact opnemen met ons kantoor.

 

Zie ook:

– Eerste kamer der Staten Generaal: Wijziging van de vervroegde invrijheidsstelling in een voorwaardelijke invrijheidstelling

– Rechtspraak.nl: Voorwaardelijke invrijheidstelling

Claudine Kouijzer

 

« Ga naar archief