Nieuws

Vanaf 1 maart 2016: Advocaat bij politieverhoor

Als student schreef ik voor het vak rechtsvergelijking in 1995 een paper over de aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor. Ik vergeleek het Nederlandse rechtssysteem met het Amerikaanse. In tegenstelling tot Nederland, was het in Amerika toen al ondenkbaar dat een advocaat niet bij een verhoor van een verdachte aanwezig zou zijn.

Ons hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad,  heeft op 22 december 2015 geoordeeld dat aangehouden verdachten vanaf 1 maart 2016 recht hebben op een advocaat tijdens een politieverhoor. Tot nu toe was er alleen een recht op consultatiebijstand. Dit houdt in dat de  aangehouden verdachte voorafgaand aan het verhoor het recht heeft een raadsman te raadplegen.

De wijziging houdt in dat de verdachte voordat het verhoor begint ook moet worden gewezen op het recht van bijstand tijdens het verhoor. Als de verdachte niet duidelijk afstand doet van dit recht moet er bij ieder verhoor een advocaat aanwezig zijn.

De aanwezigheid van de advocaat bij een politieverhoor heeft zeker voordelen voor de verdachte. De aanwezigheid van de raadsman bevordert de transparantie en verifieerbaarheid van het verhoor en voorkomt ongeoorloofde pressie.

Uit onderzoek van het WODC blijkt dat verhoorders minder gebruik maken van intimidatie indien er een advocaat bij het verhoor aanwezig is. Daarbij laten de onderzoeksresultaten zien dat de politie geneigd is de verdachte te intimideren wanneer hij gebruik maakt van zijn zwijgrecht indien er geen advocaat aanwezig is.

De advocaat ziet er ook op toe dat de verklaring die op papier komt te staan overeenstemt met de afgelegde verklaring. Verbalisanten zijn nog al eens geneigd om afgelegde verklaringen samen te vatten in hun eigen woorden en er (al dan niet bewust) juridische termen in te verwerken. Een juiste verslaglegging is van groot belang voor de verdediging.

Ook zijn er strategische voordelen. De advocaat zal bepaalde vragen eerder dan zijn cliënt doorzien en daaruit kunnen afleiden over welke bewijzen de politie al dan niet beschikt. Daarnaast kan de advocaat de procedure nauwgezet volgen.

Tot zo ver lijkt het louter een positief verhaal. Maar de vraag is of het in de praktijk wel uitvoerbaar is om al de verhoren bij te wonen.

Jeugdige verdachten hebben reeds enkele jaren recht op bijstand tijdens het verhoor. In de aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor staat vermeld dat het verhoor bij voorkeur plaatsvindt aansluitend aan de consultatiebijstand. Indien dit niet mogelijk is, laat de politie weten wanneer het verhoor zal plaatsvinden. Als de raadsman alsdan verhinderd is, wordt het verhoor maximaal een uur uitgesteld om de raadsman alsnog in de gelegenheid te stellen te komen dan wel om een vervanger te regelen. De praktijk leert dat de politie toch met name haar eigen agenda volgt. Bij minderjarigen wringt dit misschien iets minder omdat er in plaats van de advocaat ook een vertrouwenspersoon (meestal een ouder) aanwezig mag zijn bij het verhoor. Maar dit is natuurlijk geen professional.

De meeste strafrechtadvocaten hebben drukke agenda’s met dagelijks zittingen en afspraken met cliënten op kantoor of in penitentiaire inrichtingen. Daarnaast duren de verhoren regelmatig uren en worden verdachten meestal meerdere keren gehoord. Uit voornoemd onderzoek van het WODC volgt dat vaak pas in het 3(en doorgaans laatste) verhoor bij zwakke zaken suggestieve verhoortechnieken worden toegepast. Het is in dat licht dus zaak dat de advocaat niet alleen het eerste politieverhoor bijwoont maar eveneens de vervolgverhoren.

Daarnaast is ook de vraag hoe de aanwezigheid zal worden ingevuld. Bij de verhoren van de minderjarigen dienen de advocaten zich volgens de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor terughoudend op te stellen om de voortgang van het verhoor zo min mogelijk op te houden en te beïnvloeden. Advocaten worden achter in de verhoorruimte geplaatst en mogen geen contact maken met de cliënt. De advocaat mag alleen ingrijpen als het pressieverbod wordt overtreden. De vraag is of er dan wel sprake is van daadwerkelijke bijstand? Uiteraard probeer je als advocaat dit op te rekken.

Een laatste punt van zorg is marginale vergoeding. Voor het bijwonen van het eerste verhoor van een minderjarige ontvangt de advocaat een vergoeding van € 105,–  en bij zwaardere zaken € 210,–. Dit systeem zal ook gaan gelden bij de meerderjarige verdachte. Minister van der Steur erkent dat dit ‘aan de krappe kant’ zal zijn. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) geeft  aan dat deze vergoeding op geen enkele manier rekening houdt met de tijd die advocaten aan het verlenen van verhoorbijstand kwijt zijn. Met de NOvA vrees ik dan ook dat het recht op verhoorbijstand onder druk zal komen te staan als een adequate vergoeding uitblijft.

Hoe het in de praktijk zal gaan werken zal de nabije toekomst  uitwijzen.

 

Zie ook:

Rechtspraak.nl

Het onderzoek van het WODC  “Raadsman bij politieverhoor”,  hoofdstuk 6: Conclusies over de raadsman bij het politieverhoor, pagina 137- 146 als pdf te downloaden

 

 

 

Claudine Kouijzer

 

« Ga naar archief