Nieuws

Modernisering van het Wetboek van Strafvordering

Onontbeerlijk in de rechtszaal en te vinden op de tafel van de rechter: de wetboeken van Strafrecht en Strafvordering. In het Wetboek van Strafvordering staan de regels rond de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Het bevat de regels die de politie, het OM en de rechters in acht moeten nemen bij de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Het wordt ook wel  het formele strafrecht genoemd. Wát de strafbare misdrijven zijn en welke straffen ervoor kunnen uitgesproken worden, is geregeld in het Wetboek van Strafrecht.

Het huidige Wetboek van Strafvordering dateert uit 1926. Sindsdien is het herhaaldelijk gewijzigd en aangevuld. Hierdoor is weinig samenhang meer te vinden, hetgeen zoeken in het wetboek soms ook lastig maakt. Het wetboek bestaat uit acht hoofdstukken. Per hoofdstuk wordt het wetboek nu herschreven. Voor elk hoofdstuk wordt een apart wetsvoorstel gemaakt. Het nieuwe wetboek moet beter aansluiten bij de moderne, digitale samenleving en toegankelijker voor de rechtspraktijk en de burger zijn.

Tienduizenden betrokkenen moeten worden omgeschoold zoals bijvoorbeeld politieagenten,  officieren van justitie,  rechters en de advocaten.

Deze week kwam er via de Volkskrant kritiek op de modernisering vanuit de politie. Het hoofd landelijke  van de recherche,  Wilbert Paulissen vreest nog meer bureaucratische rompslomp dan er al is. Politieprojectmanager Yvonne Pools meent dat door de nieuwe regels de flexibiliteit van de politie in het gedrang kan komen.

Ook hoogleraar Strafrecht Tineke Cleiren is kritisch over de plannen. Zij meent –onder meer- dat de voorstellen niet goed aansluiten op de rechtspraak zoals gewezen door het Europees Hof en noemt de gekozen route niet gelukkig.

Het Ministerie van veiligheid en Justitie vindt dat het nog te vroeg is voor het trekken van conclusies over de administratieve lasten, omdat de inventarisatie van de gevolgen voor de praktijk nog niet is afgerond. Ook zijn niet alle adviezen uit de consultatie van de huidige wetsvoorstellen binnen. Het Ministerie geeft voorts aan dat één van de principes van het project is dat naar mate bevoegdheden ingrijpender zijn, er een zwaardere toets op de inzet van die bevoegdheden is. Dat begint bij interne beoordeling door de politie zelf en bij meer ingrijpende bevoegdheden bij de officier van justitie of zelfs de rechter. Zo’n toetsing is geen administratieve last, maar een rechtsstatelijke waarborg dat bevoegdheden zorgvuldig worden uitgeoefend, aldus het ministerie in haar nieuwsbericht van 18 juli 2017.

Al met al een zeer omvangrijk  wetgevingsprogramma waarover het laatste woord nog niet gesproken is en welke ontwikkelingen wij uiteraard volgen.

 

Claudine Kouijzer

 

« Ga naar archief